Geweldloze communicatie

Geweldloze communicatie

In dit kennisitem behandel ik de methode van Geweldloze communicatie als mogelijke richtlijn voor betere communicatie en als ondersteuning bij zelfsturing.

Bron:

  • Geweldloze communicatie, M.B. Rosenberg, 2007.

De methode Geweldloze communicatie van Marshall Rosenberg bestaat uit 5 stappen:

  1. Waarnemen zonder oordeel;
  2. Gevoelens herkennen en uiten;
  3. Verantwoordelijkheid nemen voor je gevoelens;
  4. Verzoeken om datgene wat je leven kan verrijken;
  5. Met mededogen ontvangen.

Ad 1. Waarnemen zonder oordeel

De eerste stap is dat we een scheiding aanbrengen tussen waarnemen en oordelen. Als je je helder en duidelijk wilt uitdrukken, dan is goed waarnemen en het goed onder woorden brengen van je waarneming cruciaal. Het gaat er niet om dat je geen oordeel mag hebben, maar dat je weet wat waarneming en wat oordeel is.

Het is opvallend hoeveel we in ons dagelijks leven oordelen. Ook dingen waarvan we in eerste instantie denken dat ze een waarneming zijn, blijken bij nadere bestudering toch een oordeel in zich te hebben. Als we deze combinatie communiceren, dan is de kans groot dat de ander dit als kritiek opvat. Dat is niet de bedoeling van Geweldloze communicatie.

Ad 2. Gevoelens herkennen en uiten

Datgene wat gebeurd is, de waarneming van het feit, roept gevoelens bij je op. De tweede stap in het proces is het onder woorden brengen van die gevoelens. Door ons kwetsbaar op te stellen kunnen we vaak bijdragen aan de oplossing van een probleem. We geven de ander daarmee de ruimte ook met ongemakkelijkheden te komen en zo uit de weg te ruimen wat een eerlijke, goede communicatie in de weg zit.

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen wat je denkt en wat je echt voelt. Het is in de taal makkelijk te zeggen dat je ‘iets voelt’, maar de praktijk is vaak dat je iets ‘vindt’ in plaats van voelt. Een indicatie dat het over een gedachte en niet over een gevoel gaat, is als de woorden ‘voelen’ of ‘het gevoel hebben’ worden gevolgd door:

  • Woorden als dat, als en alsof;
  • De voornaamwoorden ik, jij, hij, zij, het;
  • Namen of zelfstandige naamwoorden die naar een persoon verwijzen.

Het is niet nodig om altijd ´ik voel´ of ´ik heb het gevoel´ te zeggen, je kunt ook gewoon het gevoel direct benoemen. Bijvoorbeeld: ‘ik ben geïrriteerd’.

Ad 3.Verantwoordelijkheid nemen voor je gevoelens

Met het nemen van verantwoordelijkheid voor je gevoelens wordt vooral bedoeld dat je onderkent wat er aan je gevoelens ten grondslag ligt. We erkennen dat het onze eigen behoeften, verwachtingen en keuzes zijn die maken dat een gebeurtenis een bepaald gevoel oproept.

Als iemand met een negatieve boodschap komt, verbaal of non-verbaal, kunnen we daarop op vier manieren reageren:

  1. De schuld bij onszelf zoeken;
  2. De schuld bij de ander leggen;
  3. Ons bewust maken van onze eigen gevoelens en behoeften;
  4. Ons bewust maken van de gevoelens en behoeften van de ander.

Als het gaat om de eerste twee dan staat de schulvraag centraal. in het stuk van Harvard hebben we ook al gezien dat dat verdere goede communicatie in de weg zit. Door je bewust te zijn van je eigen gevoelens en behoeften ontstaat inzicht in wat er bij jou zelf speelt. Dat maakt weer dat je de ruimte krijgt om ook naar de behoeften en gevoelens van de ander te kijken.

Als we zicht hebben op de behoeften die achter onze gevoelens schuilgaan kunnen we die ook onder woorden brengen in de vorm van: ‘ik voel me … omdat …’. Let er ook hier weer op dat je jouw eigen, echte behoefte formuleert. Ook hier liggen meningen en oordelen op de loer. Als we onze behoeften goed weten uit te drukken, is de kans dat ze worden vervuld ook groter.

Het proces waarin je leert openlijk over je behoeften te communiceren zou je kunnen omschrijven in drie fasen:

  1. Emotionele slavernij: je bent gevangen in het idee dat je verantwoordelijk bent voor de gevoelens van anderen. Je gaat er dan steeds naar streven anderen gelukkig te maken, ten koste van jezelf.
  2. Boosheid: je wordt je bewust van de prijs die je betaalt voor het nemen van de verantwoordelijkheid voor andermans gevoelens. Je wordt onhebbelijk en boos en krijgen de neiging de problemen van de ander helemaal niet meer te willen zien en het probleem helemaal bij de ander te laten.
  3. Emotionele bevrijding: in deze fase leren we hoe we, door verantwoordelijkheid te nemen voor onze intenties en daden, zowel aandacht kunnen hebben voor onze eigen behoefte als met respect en waardering omgaan met behoeften van anderen. We zijn niet verantwoordelijk voor de gevoelens van anderen, maar reageren er op met mededogen.

Ad 4. Verzoeken om datgene wat je leven kan verrijken

We hebben gezien dat het belangrijk is waar te nemen zonder oordelen, je gevoel daarover onder woorden te brengen, samen met de achterliggende behoefte. De vierde stap in het proces is het verzoek om wat je graag van de ander zou willen als je behoefte in de vorige stappen nog niet is vervuld. Je vraagt de ander om een actie die onze behoefte kan vervullen. De kunst is om het verzoek zo te formuleren dat de ander vanuit mededogen reageert.

De eerste stap daarin is duidelijk te maken wat we wél willen en niet wat we niet willen. Daarnaast is het van belang dat je helder, in ‘actietaal’, verwoord wat je zou willen dat de ander doet. Hoe vager je verzoek, hoe groter de verwarring, hoe groter de kans dat je niet krijgt wat je wilt en dat er nieuwe problemen optreden. Zorg er wel voor dat je niet eisend overkomt en dat de ander de ruimte heeft om ‘nee’ te zeggen tegen je verzoek. Als degene die het verzoek doet probeert de ander een schuldgevoel te geven, gaat het om een eis en niet om een verzoek.

Als je niet zeker weet of iemand je verzoek begrepen heeft, vraag de ander dan (op een milde manier) om in eigen weer te geven wat we hebben gevraagd. Als de ander daar op in gaat, laat dan blijken dat je dat waardeert en probeer je in te leven in degene die er niet op ingaat. Bij Geweldloze communicatie draait het allemaal om integriteit, openheid en mededogen en niet om je zin te krijgen of de ander te veranderen.

Ad 5. Met mededogen ontvangen

Nu we weten hoe we zelf kunnen waarnemen, voelen, behoeften onderkennen en verzoeken, kunnen we ook luisteren naar dit proces bij anderen. Dat wordt bedoeld met ‘met mededogen ontvangen’.

Mededogen is je respectvol inleven in wat anderen ervaren (M. Rosenberg)

Mededogen is alleen maar mogelijk als we ons ontdoen van alle vooringenomenheid en vooroordelen en vanuit een open, bewuste houding aanwezig zijn in het hier en nu. Luisteren naar je gevoel en niet reageren vanuit je intellect. Dat is vaak geen gemakkelijke opgave. We zijn vaak geneigd te proberen een situatie op te lossen of een ander te helpen zich beter te voelen als we in lastige situaties terecht komen.

De kunst is om alleen maar aandachtig aanwezig te zijn en te luisteren naar de waarnemingen gevoelens, behoeften en verzoeken van de ander, ongeacht de manier waarop ze zich uitdrukken. Als we daar onze aandacht op richten kunnen we in onze eigen woorden teruggeven wat we gehoord hebben. Op die manier kunnen we nagaan of we het goed gezien hebben. Dat teruggeven, of parafraseren, kan je het beste doen in de vorm van vragen. Maar doe het alleen als het bijdraagt aan een groter mededogen en een dieper begrip.

Door mededogen te blijven geven aan de ander, geven we hem of haar de mogelijkheid zich volledig te uiten voordat we op zoek gaan naar oplossingen of verzoeken. Tekenen van voldoende mededogen zijn opluchting of stilvallen bij de ander. Als we even niet in staat zijn mededogend te zijn kunnen we drie dingen doen:

  1. Onszelf mededogen geven, met mededogen luisteren naar wat er in onszelf om gaat;
  2. Geweldloos schreeuwen, het voluit uiten van je behoeften en pijn zonder dat op andere af te reageren in beschuldiging of insinuatie;
  3. Even vrijaf nemen, door je fysiek te verwijderen van de situatie en even de tijd te nemen voor jezelf.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *